Kooien Locatiekeuze

November 2025

In november 2025 vond een veldonderzoekscampagne plaats. Onderzoekers van het ORION-project doorkruisten het stroomgebied van de Maas om de meest geschikte locaties te vinden voor het huisvesten van sentinelsoorten in de rivieren Maas, Samber en Chiers. Deze fase, waarin de dieren worden blootgesteld aan hun natuurlijke omgeving, stelt onderzoekers in staat de concentraties van bioaccumulerende verontreinigende stoffen en de impact daarvan op hun gezondheid te beoordelen. In combinatie met metingen van verontreinigende stoffen direct in het water maken deze innovatieve technieken het mogelijk om de waterkwaliteit van de Maas nauwkeurig te evalueren. We spraken met dr. Mélissa Palos-Ladeiro (URCA), onderzoeker en projectleider van ORION, en dr. Omayma Missawi (UNamur), onderzoeker ecotoxicologie, om onze vragen te beantwoorden. 

Hoe werden de locaties aanvankelijk geïdentificeerd? Op basis van welke gegevens? 

Het consortium bundelde zijn expertise om interessante locaties te selecteren. Het begon met de keuze van de families van verontreinigende stoffen die in het milieu bestudeerd moesten worden. ISSeP (een openbaar laboratorium) koos voor PFAS (langdurige verontreinigende stoffen), PAK's (schadelijke verbrandingsproducten) en ftalaten (giftige additieven die kunststoffen flexibeler maken). Deze keuzes werden bepaald door factoren zoals de milieubelasting van de stoffen, de technische analysemogelijkheden en het vermogen van sentinelsoorten om deze stoffen in hun weefsels op te hopen (bioaccumulatie).  

ACTALIA (instituut voor landbouw en voeding) richtte zich op de selectie van badzones met hoge microbiologische druk. De PEGIRE-eenheid van de Universiteit van Luik (waterplanning en -beheer) stelde drukkaarten op met de meest gevoelige locaties voor het bestuderen van de drie geselecteerde families van verontreinigende stoffen. Deze kaarten hielpen bij het identificeren van een reeks "kandidaatgebieden" waar actieve biomonitoring het meest zinvol was: ofwel omdat deze gebieden bekend stonden om vervuiling, ofwel vanwege specifiek gebruik, zoals recreatie en zwemmen.  

Tot slot beoordeelden de teams van SEBIO (biomonitoringeenheid, URCA), URBE (milieubiologie, UNamur) en INERIS (risicobeheer) de parameters van de locaties in functie van het toekomstige plaatsen van kooien met organismen, zodat het onderzoek effectief en veilig kan worden uitgevoerd. 

Welke aanvullende parameters worden, naast de gegevens, in aanmerking genomen bij de locatiekeuze? (Zoals rust, afstand tot menselijk verkeer, enz.) 

Kaarten geven een eerste indicatie van veelbelovende gebieden, maar de uiteindelijke locatie wordt ter plaatse bepaald. Het belangrijkste criterium is altijd het welzijn van de dieren: waterdiepte, stromingssnelheid, temperatuur, pH, zuurstofgehalte en zonlicht worden gecontroleerd om te garanderen dat de dieren er drie weken kunnen verblijven met minimale stress. Ook de stabiliteit van de bodem en de mogelijkheid om kooien stevig te verankeren zijn essentieel om te voorkomen dat ze wegspoelen.  

Daarnaast worden logistieke en veiligheidsaspecten meegewogen, zoals de toegankelijkheid van de locatie, de rust om het risico op schade te beperken en de compatibiliteit met andere sentinelsoorten, bij voorkeur in hetzelfde gebied. Kortom, de prospectie ter plaatse valideert dat de door de kaarten geselecteerde locaties daadwerkelijk geschikt, veilig en respectvol zijn voor het dierenwelzijn. 

Wat heeft het onderzoek ons geleerd over de potentiële locaties? 

Het veldonderzoek bevestigde dat verschillende locaties die via drukkaarten waren geïdentificeerd geschikt waren voor kooien, maar bracht ook beperkingen aan het licht die alleen ter plaatse zichtbaar waren. Sommige locaties hadden te lage waterstanden, andere steile oevers die veilige toegang bemoeilijkten en het verankeren van kooien uitdagender maakten. Dankzij deze observaties konden de teams hun strategie aanpassen, de echt geschikte locaties selecteren (soms slechts enkele meters verwijderd van de oorspronkelijke punten) en de uiteindelijke GPS-coördinaten valideren ter voorbereiding van de kooicampagne.


Zullen alle sentinelsoorten op alle locaties in kooien worden geplaatst? Zo niet, vertekent dat dan niet de onderzoeksresultaten?

De voor dit project geselecteerde sentinelsoorten zijn complementair en leveren verschillende soorten informatie , afhankelijk van hun eigenschappen (bioaccumulatiesnelheid, biologische effecten, enz.). Hun gelijktijdige aanwezigheid is daarom niet noodzakelijk. Bepaalde periodes zullen echter gemeenschappelijk zijn voor alle zes onderzoekslocaties en meerdere kooioperaties omvatten. 

Welke locaties zullen uiteindelijk voor kooien worden gebruikt? 

Het team heeft vier rivierlocaties geselecteerd: aan de Samber bij Jeumont en Floreffe, aan de Maas bij Namen en aan de Chiers bij Sedan. Twee recreatiemeerlocaties aan weerszijden van de landsgrens zullen eveneens worden onderzocht: het meer van Eau d'Heure in België en een tweede meer aan de Franse zijde, dat nog bevestigd moet worden. De eerste gekozen Franse locatie, Lac des Vieilles Forges, was op 1 september gedeeltelijk drooggelegd door EDF om het reservoir van een nabijgelegen waterkrachtcentrale bij te vullen, waarvan het water tijdens de zomerdroogte werd gebruikt. Daarom was het noodzakelijk een ander zoetwaterlichaam te selecteren. 

[Source : https://www.lardennais.fr/id744439/article/2025-09-03/pourquoi-le-niveau-du-lac-des-vieilles-forges-va-etre-abaisse